De afgelopen maand heb ik meer dan 25 interviews afgenomen. Met ondernemers, professionals, vrijwilligers, ouders, kinderen en mensen die simpelweg een bijzonder verhaal te vertellen hebben.
Vroeger schoof ik vaak aan met een laptop. Klaar om mee te typen terwijl iemand vertelde. Tegenwoordig laat ik die steeds vaker thuis. Niet omdat techniek onbelangrijk is geworden. Integendeel.
Dankzij AI hoef ik tijdens een gesprek niet meer krampachtig elk woord vast te leggen. Ik neem een recorder mee, een schriftje en, als ik het niet vergeet 🙃 , een pen.
En juist daardoor verandert er iets. Mijn aandacht hoef ik niet meer te verdelen tussen het gesprek en mijn laptop. Ik zie wanneer iemand even stilvalt. Naar beneden kijkt. Ik hoor beter wanneer een stem iets zachter wordt.
De mooiste verhalen zitten namelijk zelden in de eerste antwoorden die mensen geven. Ze zitten vaak in de kleine pauzes ertussen. In een glimlach. Een blik. Een aarzeling. Een herinnering die onverwacht boven komt drijven.
En dan is het aan mij om nét die andere vraag te stellen. Niet de vraag die op het lijstje staat, maar de vraag die op dat moment ontstaat. Typend achter mijn laptop waren dit momenten waarop ik niet altijd kon inhaken. Of misschien het zelfs niet eens opmerkte.
Nu blijf ik als schrijver dichter bij mezelf. En vaak zie ik dat hetzelfde gebeurt bij degene tegenover mij.
Mensen voelen zich gehoord. Niet geïnterviewd. Ze hoeven geen perfect verhaal te vertellen. Geen gelikte versie van zichzelf neer te zetten. Ze mogen gewoon vertellen wat er is.
En juist daar ontstaat vaak iets bijzonders. Iets wat geen enkele techniek kan afdwingen.
Een verhaal dat echt is.
En dat voel je.
Reactie plaatsen
Reacties